Skip to main content

Op 3 mei 2026 is een nieuw Vlaams fiscaal decreet in werking getreden dat een reeks belangrijke wijzigingen introduceert. Het decreet van 3 april 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 april, bevat zowel technische aanpassingen als maatregelen met een concrete impact op belastingplichtigen, vastgoedtransacties en fiscale procedures.

Wat betekent dit nu concreet? Hieronder vind je de belangrijkste wijzigingen helder samengevat.

Uniforme bezwaartermijn: meer duidelijkheid voor iedereen

Een van de meest in het oog springende hervormingen is de uniformisering van de bezwaartermijn binnen de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Tot voor kort hing de start van de bezwaartermijn af van de manier waarop het aanslagbiljet werd verzonden (digitaal of per post). Dat leidde regelmatig tot verwarring.

Voortaan geldt één duidelijke regel: de termijn van drie maanden start altijd op de derde werkdag na de verzendingsdatum die op het aanslagbiljet vermeld staat.

Deze maatregel zorgt voor meer rechtszekerheid en een gelijke behandeling van alle belastingplichtigen.

Uitgebreide controlebevoegdheden bij invordering

Het decreet geeft de Vlaamse Belastingdienst extra slagkracht bij de invordering van erf- en registratiebelasting.

Zo kunnen bevoegde ambtenaren voortaan rechtstreeks informatie opvragen bij:

  • banken
  • kredietinstellingen
  • het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank

Opvallend is dat hiervoor geen voorafgaande aanwijzingen van belastingontduiking meer vereist zijn, en ook geen specifieke machtiging nodig is.

Belangrijk: deze uitbreiding geldt enkel voor de invorderingsfase. Voor de vestiging van belastingen blijven de bestaande waarborgen behouden.

Progressievoorbehoud bij natuurbeheergronden verduidelijkt

Ook de regels rond het progressievoorbehoud in de erf- en schenkbelasting worden aangescherpt.

Bij schenkingen van onbebouwde gronden met een natuurbeheerplan type 2 geldt een vrijstelling van 75%. Het decreet bevestigt nu expliciet dat:

  • enkel dit vrijgestelde deel buiten beschouwing blijft
  • het resterende belastbare deel (25%) blijft meetellen voor de progressieve tarieven

Dit is in feite een wettelijke verankering van een praktijk die de Vlaamse Belastingdienst al toepaste.

Vrijstelling verkooprecht bij omzetting naar VZW

Er komt meer rechtszekerheid voor vennootschappen die worden omgevormd tot een vereniging zonder winstoogmerk (VZW).

Voortaan geldt een expliciete vrijstelling van verkooprecht bij:

  • rechtstreekse omzetting
  • omzetting via vereffening gevolgd door oprichting van een nieuwe VZW

Voor die laatste piste geldt wel een belangrijke voorwaarde: de nieuwe vereniging moet binnen vijftien dagen worden opgericht.

Ambtshalve ontheffing onroerende voorheffing uitgebreid

De procedure van ambtshalve ontheffing wordt aanzienlijk uitgebreid, wat in bepaalde gevallen administratieve lasten kan verlichten.

Nieuwe toepassingen zijn onder meer:

  • vrijstelling bij sloop en heropbouw van verwaarloosde panden
  • verdeling van verminderingen bij co-ouderschap
  • voordelen voor energiezuinige gebouwen met een laag E-peil
  • vrijstellingen voor jeugdwerkgebouwen en jeugdverblijven

Nieuwe formaliteiten voor vastgoedtransacties

Voor beroepsverkopers van vastgoed wordt een extra formaliteit ingevoerd:
de toepassing van het verlaagde verkooprecht van 6% moet voortaan expliciet in de akte worden vermeld.

Daarnaast worden bepaalde administratieve verplichtingen vereenvoudigd bij verkopen onder het btw-stelsel. Zo verdwijnt de verwijzing naar de vroegere “verklaring nr. 104.1”, in lijn met eerdere federale vereenvoudigingen.

Kosten aangetekende aanmaning voor de belastingplichtige

Het decreet maakt nu expliciet dat de kosten van een aangetekende aanmaning tot betaling ten laste zijn van de belastingschuldige.

Hoewel hiervoor al een juridische basis bestond, wil de Vlaamse regering met deze bepaling extra duidelijkheid creëren.

Geen Vlaamse belastingvoordelen bij fiscale regularisatie

Tot slot wordt verduidelijkt dat geregulariseerde inkomsten (in het kader van federale fiscale regularisatie) geen recht geven op Vlaamse belastingvoordelen.

Dit betekent dat:

  • belastingverminderingen
  • belastingkredieten
  • en andere fiscale voordelen

niet toegepast worden op geregulariseerde inkomsten.

Conclusie

Het Vlaams fiscaal decreet van 2026 brengt geen revolutie, maar wel een reeks gerichte ingrepen die de praktijk aanzienlijk kunnen beïnvloeden. Vooral de uniformisering van de bezwaartermijn en de uitbreiding van de invorderingsbevoegdheden springen eruit.

Voor belastingplichtigen, vastgoedprofessionals en adviseurs is het dan ook belangrijk om deze wijzigingen correct te begrijpen en tijdig toe te passen.