Skip to main content

Kunnen Restricted Stock Units (RSU’s) die door een buitenlandse moedervennootschap worden toegekend aan werknemers van een Belgische groepsvennootschap, als loon worden beschouwd voor de sociale zekerheid? Het Hof van Cassatie sprak zich hierover uit op 29 juni 2026. Het arrest onderstreept dat niet alleen de formele structuur van een aandelenplan relevant is, maar ook het verband tussen het voordeel en de arbeid.

De feiten: RSU’s toegekend door de buitenlandse moedervennootschap

In de voorliggende zaak kregen werknemers van Belgische groepsvennootschappen RSU’s toegekend door een buitenlandse moedervennootschap.

De Belgische werkgevers betaalden de RSU’s niet, hadden zich er niet toe verbonden om deze toe te kennen en namen de beslissing tot toekenning niet zelf. De RSU’s werden toegekend binnen het aandelenplan van de internationale groep.

Het arbeidshof oordeelde op basis daarvan dat de RSU’s geen loon vormden waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd waren.

Het Hof van Cassatie volgt die redenering niet.

Het verband met de arbeid staat centraal

Volgens het Hof kunnen voordelen die worden toegekend om werknemers aan de onderneming te binden, hen te motiveren of hun inzet te stimuleren, een tegenprestatie voor arbeid vormen en bijgevolg als loon worden beschouwd.

Dat de Belgische werkgever de RSU’s niet zelf toekent of de kosten ervan niet rechtstreeks draagt, sluit het loonkarakter dus niet uit.

De beoordeling mag met andere woorden niet uitsluitend worden gebaseerd op de vraag welke vennootschap het voordeel formeel toekent of financiert. Ook de doelstelling en de concrete omstandigheden van het voordeel moeten worden onderzocht.

Dat is bijzonder relevant voor internationale groepen waarin remuneratieplannen op groepsniveau worden georganiseerd.

Geen automatische kwalificatie als loon

Een belangrijke nuance: het Hof van Cassatie heeft niet geoordeeld dat elke RSU automatisch loon vormt voor de sociale zekerheid.

Het Hof oordeelde dat het arbeidshof, rekening houdend met de vastgestelde feiten, niet wettig kon besluiten dat de betrokken RSU’s geen tegenprestatie voor de arbeid vormden.

De zaak wordt daarom verwezen naar het arbeidshof te Brussel, dat de feiten opnieuw zal moeten beoordelen binnen het door Cassatie uiteengezette juridische kader.

Het arrest creëert dus geen algemene regel waarbij elke toekenning van RSU’s aan socialezekerheidsbijdragen wordt onderworpen. Wel bevestigt het dat de concrete link tussen het voordeel en de arbeidsrelatie een doorslaggevende rol kan spelen.

Wat betekent dit voor internationale aandelenplannen?

Het arrest verdient bijzondere aandacht van ondernemingen die deel uitmaken van een internationale groep en werknemers laten deelnemen aan een aandelen- of RSU-plan van de groep.

De vraag of een RSU-plan al dan niet onderworpen is aan socialezekerheidsbijdragen, kan niet noodzakelijk worden beantwoord aan de hand van de formele structuur van het plan alleen.

Ook de functie van het voordeel binnen de arbeidsrelatie verdient aandacht. Daarbij kunnen onder meer volgende elementen relevant zijn:

  • met welk doel worden de RSU’s toegekend?
  • Is de toekenning bedoeld om werknemers te behouden of te motiveren?
  • Welke voorwaarden zijn gekoppeld aan de toekenning of verwerving?
  • Welke rol speelt de Belgische werkgever bij de selectie of aanbeveling van werknemers?
  • Welke vennootschap neemt de beslissing tot toekenning?
  • Hoe wordt het plan in de praktijk gecommuniceerd en toegepast?

Voor werkgevers is het dan ook aangewezen om niet alleen de juridische documentatie van het aandelenplan te bekijken, maar ook de feitelijke uitvoering ervan binnen de groep.

Een bredere impact?

Het arrest kan gevolgen hebben die verder reiken dan de betrokken RSU’s.

Het bevestigt immers een bredere benadering waarbij voor de kwalificatie als loon niet enkel wordt gekeken naar de formele oorsprong of financiering van een voordeel, maar ook naar de economische en arbeidsrechtelijke context waarin het wordt toegekend.

Voor ondernemingen met internationale remuneratieplannen rijst daarom de vraag of bestaande structuren nog steeds beantwoorden aan de sociaalrechtelijke analyse die vandaag wordt gehanteerd.

Een herziening van bestaande en toekomstige RSU-plannen kan daarbij aangewezen zijn, in het bijzonder wanneer retentie, motivatie of het stimuleren van prestaties expliciete doelstellingen van het plan vormen.

Wat volgt?

Het is op dit moment te vroeg om uit het arrest af te leiden dat RSU’s in België voortaan systematisch aan socialezekerheidsbijdragen zullen worden onderworpen.

De verdere beoordeling door het arbeidshof te Brussel zal belangrijk zijn om te bepalen hoe de principes uit het arrest in de concrete situatie worden toegepast.

Voor ondernemingen met internationale aandelenplannen is de boodschap intussen duidelijk: niet alleen de vorm van het plan, maar ook de band tussen het toegekende voordeel en de arbeid verdient bijzondere aandacht.

De verdere rechtspraak zal moeten uitwijzen welke impact deze benadering precies zal hebben op equity-based remuneration in België.