Skip to main content
Vennootschap

Fairness tax onder vuur

Door 05/02/2015november 30th, 2017Geen reacties

Het grondwettelijk hof stelde in zijn arrest van 28 januari 2015 drie prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie met betrekking tot de nietigverklaring van de  fairness tax.

De fairness tax komt neer op een belasting voor niet-KMO-vennootschappen op dividenduitkeringen uit winst die niet onderworpen werd aan de vennootschapsbelasting. De fairness tax is eveneens van toepassing in het kader van de belasting van niet-inwoners.

Bij het Grondwettelijk Hof werd een verzoek tot nietigverklaring van de fairness tax – regeling ingediend. Dit verzoek is gesteund op vier onderscheiden gronden. Het Grondwettelijk Hof besliste om zich eerst toe te spitsen op de eerste vernietigingsgrond, hierdoor worden de andere drie vernietigingsgronden voorlopig ‘on hold’ gezet. Alvorens deze eerste vernietigingsgrond ten gronde te behandelen, stelde het Grondwettelijk Hof drie prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie. Zo wil het Grondwettelijk Hof onder meer weten of de fairness tax – regeling geen schending uitmaakt van het principe van vrije vestiging.  Meer bepaald of bij overkoepelende buitenlandse vennootschappen de  verschillende behandeling de vrije keuze belemmert tussen een vaste Belgische inrichting of een afzonderlijke Belgische dochteronderneming. Het Grondwettelijk Hof bevraagt het Europees Hof van Justitie ook over de verenigbaarheid van de fairness tax met de Europese Moeder-dochterrichtlijn.

Opmerkelijk is dat de Europese Commissie in augustus 2014 België al meedeelde dat de fairness tax – regeling volgens haar strijdig is met het principe van de vrijheid van vestiging en met Europese Moeder-dochterrichtlijn.

Het valt af te wachten of het Europees Hof van Justitie de Europese Commissie hierin zal volgen. Na de uitspraken van het Europees Hof van Justitie ligt de bal terug in het kamp van het Grondwettelijk Hof. Indien het Grondwettelijk Hof de eerste vernietigingsgrond afwijst, dient het vanzelfsprekend nog altijd de overige drie door de klager opgeworpen gronden te onderzoeken.

Het is dan ook twijfelachtig of de fairness tax deze grondige grondwettelijkheidstoets zal overleven.

Het Advocatenkantoor Thierry Lauwers volgt de ontwikkelingen op de voet en blijft ter beschikking voor alle vragen en/of opmerkingen hieromtrent.